In de praktijk zie je het steeds vaker: mensen met hevige jeuk, vaak al weken klachten, soms al behandeld — maar zonder blijvend resultaat.
Huisgenoten die ook beginnen te krabben. Studentenhuizen waar het van kamer naar kamer gaat. En zorgverleners die twijfelen: is dit scabiës, of toch iets anders?
Scabiës (schurft) is een besmettelijke huidaandoening veroorzaakt door een parasiet: de Sarcoptes scabiei var. hominis. Op papier lijkt het een relatief eenvoudige aandoening. De diagnose is vaak klinisch te stellen en de behandeling is duidelijk omschreven. Toch blijkt het in de praktijk verrassend complex.
Waarom? Omdat scabiës zelden alleen een individueel probleem is. Het speelt zich af binnen gezinnen, relaties, zorginstellingen en leefgemeenschappen. De behandeling vraagt niet alleen om de juiste medicatie, maar vooral om een strakke uitvoering, duidelijke uitleg en samenwerking. En precies daar gaat het vaak mis. Niet iedereen wordt tegelijk behandeld. De instructies zijn niet duidelijk of niet haalbaar. Schaamte zorgt ervoor dat mensen het niet vertellen.
Het gevolg? Herbesmetting. En een infectie die blijft rondgaan.
Daar komt nog iets bij. Het aantal scabiësgevallen is de afgelopen jaren duidelijk toegenomen. In 2014 zag de huisarts ongeveer 100 gevallen van scabiës en andere mijtaandoeningen per 100.000 inwoners; in 2019 waren dat er 210 en in 2020 260. Twee andere maten wijzen dezelfde kant op. Het aantal huisartsconsulten voor scabiës is sinds 2011 vervijfvoudigd, net als het aantal verstrekte scabicide middelen. De incidentie van de diagnose zelf is in tien jaar ongeveer verdrievoudigd, met een piek in 2021. De hoogste cijfers liggen in de leeftijdsgroep van 19 tot 24 jaar.
Die cijfers zijn een ondergrens. Er is geen landelijke surveillance en lang niet iedereen met klachten gaat naar de huisarts, dus het werkelijke aantal ligt hoger. Wat je er wél uit kunt aflezen is de richting: scabiës is geen zeldzaamheid meer die je eens in je loopbaan tegenkomt.
Tot 1999 gold er een meldingsplicht voor iedere patiënt met scabiës. Die algemene plicht is vervallen. Sinds 1 december 2008 geldt op grond van artikel 26 van de Wet publieke gezondheid nog wel een meldingsplicht voor scabiës crustosa en voor scabiës in instellingen voor kwetsbare personen: verpleeg- en ziekenhuizen, verzorgingshuizen, instellingen voor mensen met een verstandelijke beperking, thuiszorginstellingen, kinderdagverblijven, basisscholen en opvang voor dak- en thuislozen. Voor asielzoekerscentra geldt de meldplicht pas bij verspreiding, niet bij één geval. Een losstaand geval buiten een instelling is dus niet meldingsplichtig.
Eén uitzondering raakt zorgverleners rechtstreeks: is de infectie waarschijnlijk tijdens het werk opgelopen, dan moet een geregistreerd bedrijfsarts dat melden als beroepsziekte bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten.
Daarnaast blijkt in de praktijk dat de bron van besmetting vaak niet goed te achterhalen is en dat transmissie plaatsvindt binnen netwerken van intensief contact. Dit maakt het bestrijden van scabiës extra complex en verklaart waarom de aandoening zo gemakkelijk blijft circuleren binnen groepen.
Deze ontwikkeling maakt duidelijk dat scabiës geen incidenteel probleem meer is, maar een aandoening die je als zorgverlener regelmatig tegenkomt en die vaak lastiger te behandelen is dan op het eerste gezicht lijkt.
AfbeeldingGrafiek: incidentie scabiës per 100.000 inwoners
De verhouding tussen de staven telt, niet de precieze hoogte: in zes jaar meer dan een verdubbeling.
In dit e-book neem ik je stap voor stap mee in de wereld van scabiës. Je leert hoe de mijt leeft en zich verspreidt, hoe je de aandoening herkent en hoe je de diagnose stelt. Maar vooral: hoe je de behandeling goed uitvoert — en waarom dat in de praktijk zo vaak fout gaat.
Dit e-book is geschreven voor zorgverleners en professionals die in hun werk met huid, haar en nagels te maken hebben. Het doel is niet alleen om kennis over te dragen, maar om je handvatten te geven die je direct kunt toepassen in de praktijk. Zodat je niet alleen weet wát scabiës is, maar vooral wat je moet doen als je het tegenkomt.
Hoofdstuk 2
Wat is scabiës?
Scabiës is een huidinfectie die wordt veroorzaakt door een parasiet: de Sarcoptes scabiei var. hominis. Dit is de menselijke variant van de schurftmijt en deze kan alleen op de mens overleven en zich voortplanten. Een infectie bij dieren wordt veroorzaakt door andere soorten mijten en is dus niet hetzelfde. Die varianten zijn sterk gastheerspecifiek: de mijt van de hond kan zich niet voortplanten in de menselijke huid. Een besmetting met een dierlijke mijt geeft bij de mens hooguit voorbijgaande jeuk en gaat vanzelf over. Andersom kan de vacht van een huisdier wél enkele menselijke mijten meedragen; die overleven er maximaal drie dagen. Het dier hoeft niet meebehandeld te worden — het advies is alleen om het tot drie dagen na de behandeling kort aan te halen.
De scabiësmijt is zo klein dat je hem met het blote oog niet kunt zien. Het vrouwtje is ongeveer 0,4 millimeter groot en het mannetje nog kleiner. De mijt is wit van kleur, ovaal van vorm en heeft acht poten. Op de rug zitten kleine borsteltjes en stekels (denticuli) die helpen bij het graven van gangetjes in de huid.
AfbeeldingMicroscopiebeeld van de scabiësmijt
De scabiësmijt
Wat scabiës bijzonder maakt, is dat de mijt niet óp de huid leeft, maar ín de huid. Het bevruchte vrouwtje graaft een gangetje in de opperhuid, precies tussen de hoornlaag (stratum corneum) en de korrellaag (stratum granulosum). Dit doet ze door huidcellen op te lossen met behulp van enzymen. De opgeloste cellen gebruikt ze vervolgens als voedsel. Per dag graaft ze ongeveer 0,5 tot 5 millimeter; een gangetje kan uiteindelijk tot ongeveer 1 tot 1,5 centimeter lang worden.
AfbeeldingHistologie: mijt en eieren in een gangetje
Een scabiësmijt en haar eieren in een gangetje in de huid
Levenscyclus en overleving
In dit gangetje legt het vrouwtje dagelijks eitjes, meestal twee tot vier per dag. Gedurende haar leven, dat ongeveer vier tot zes weken duurt, kan ze in totaal zo'n veertig tot zestig eitjes leggen. De mannelijke mijt sterft na de paring.
Na twee tot zeven dagen kruipt er een zespotige larve uit het ei, die naar het huidoppervlak gaat en zich daar voedt. Via een achtpotig nimfstadium ontwikkelt de larve zich tot een geslachtsrijpe mijt: het mannetje in negen tot tien dagen, het vrouwtje in twaalf tot vijftien dagen. Daarna begint de cyclus opnieuw en worden er weer nieuwe gangetjes gegraven.
Opvallend is dat er meestal maar een klein aantal mijten aanwezig is: doorgaans vijf tot tien op het hele huidoppervlak. Wassen en krabben verwijderen er telkens een deel. Toch kunnen juist deze enkele mijten al zorgen voor duidelijke klachten. Dit komt doordat de klachten niet alleen worden veroorzaakt door de mijten zelf, maar vooral door de afweerreactie van het lichaam op de mijten, hun eitjes en hun uitwerpselen.
De scabiësmijt is voor haar voedsel volledig afhankelijk van levende menselijke huid. Buiten het lichaam overleeft ze bij kamertemperatuur en normale luchtvochtigheid 24 tot 36 uur. Bij lage temperatuur en hoge luchtvochtigheid houdt ze het langer vol; na drie dagen (72 uur) zijn de mijten in het algemeen dood, en wie dan nog leeft is te verzwakt om zich in te graven. Bij minimaal 60 graden gaat ze binnen tien minuten dood.
Hoofdstuk 3
Hoe ontstaat scabiës?
In principe kan iedereen scabiës krijgen. Het heeft niets te maken met hygiëne, maar alles met contact.
Dat is belangrijk om meteen scherp te hebben, want juist hierover bestaan veel misverstanden.
Besmettingsroutes
Scabiës wordt overgedragen door direct huid-op-huidcontact met iemand die besmet is. Dat contact moet meestal wat langer duren, meestal langer dan ongeveer 15 minuten. Denk aan situaties zoals samen in bed liggen, seksueel contact, langdurig lichamelijk contact tussen partners, ouder en kind of zorgverlener en zorgvrager.
AfbeeldingPictogrammen: direct huidcontact en besmette kleding/lakens
Infectieroute via direct contact of besmette kleding en lakens
Wat het ingewikkeld maakt, is dat iemand al besmettelijk kan zijn zonder zelf klachten te hebben. Je bent besmettelijk zodra er volwassen mijten op de huid lopen — ongeveer één tot twee weken na de besmetting, en dus weken vóórdat de jeuk begint. De jeuk ontstaat namelijk pas na een afweerreactie van het lichaam, en dat kan bij een eerste besmetting enkele weken duren.
Naast direct huidcontact kan besmetting ook plaatsvinden via materialen, al is die kans kleiner. Denk aan het dragen van kleding van iemand met scabiës of slapen in beddengoed dat recent gebruikt is door een besmet persoon. Omdat de mijt buiten het lichaam ongeveer 72 uur kan overleven, speelt dit vooral een rol bij intensief en recent gebruik van textiel.
In de praktijk is direct huidcontact veruit de belangrijkste besmettingsroute. Indirecte overdracht via kleding of beddengoed komt voor, maar speelt een kleinere rol dan vaak gedacht. Dit onderscheid is belangrijk, omdat het helpt om gerichter en realistischer maatregelen te nemen.
Risicofactoren en risicosituaties
Scabiës verspreidt zich sneller in situaties waarin mensen dicht op elkaar leven en veel contact met elkaar hebben. Je ziet het daarom vaker in studentenhuizen, grote gezinnen, zorginstellingen, kinderdagverblijven en andere plekken waar mensen intensief samenleven. Ook in situaties waarin mensen minder mogelijkheden hebben om kleding regelmatig te verschonen of hygiënemaatregelen goed uit te voeren, neemt het risico toe.
Daarnaast blijkt in de praktijk dat de bron van besmetting lang niet altijd duidelijk is. Besmetting vindt vaak plaats binnen sociale netwerken van intensief contact, waardoor de infectie ongemerkt kan blijven circuleren binnen een groep. Het risico op verspreiding wordt groter wanneer mensen een verminderde afweer hebben, of wanneer er sprake is van complexe woonsituaties waarin niet iedereen gelijktijdig behandeld kan worden. Juist dat laatste is een belangrijke factor in het blijven rondgaan van scabiës.
In de praktijk ontstaat het probleem zelden door één enkele besmetting, maar doordat de infectie blijft circuleren binnen een groep. Als niet iedereen tegelijkertijd behandeld wordt, kan de mijt eenvoudig opnieuw worden overgedragen. Dit zogenaamde pingpong-effect is één van de belangrijkste redenen waarom scabiës zo hardnekkig kan zijn.
Hoofdstuk 4
Klachten en huidafwijkingen
Jeuk en afweerreactie
De klachten bij scabiës ontstaan niet direct na besmetting. Bij een eerste infectie duurt het meestal twee tot zes weken voordat de eerste symptomen optreden. Dit komt doordat de klachten worden veroorzaakt door een afweerreactie van het lichaam op de mijten, hun eitjes en hun uitwerpselen.
Bij een volgende besmetting reageert het immuunsysteem veel sneller. Klachten kunnen dan al binnen één dag ontstaan. Dit verschil is belangrijk om te begrijpen, omdat patiënten vaak niet meer goed kunnen aangeven waar en wanneer zij besmet zijn geraakt.
De meest opvallende klacht is jeuk. Deze jeuk is vaak hevig en neemt vooral 's nachts toe. Veel patiënten geven aan dat zij er slecht door slapen. De jeuk wordt niet zozeer veroorzaakt door de mijt zelf, maar vooral door de reactie van het lichaam op de mijt, haar speeksel en haar uitwerpselen.
AfbeeldingKlinisch beeld: gangetjes en krabeffecten
Huidafwijkingen in de vorm van gangetjes en jeuk
Typische huidafwijkingen en voorkeursplaatsen
Naast jeuk zijn er ook zichtbare huidafwijkingen. De meest kenmerkende afwijking is het gangetje dat door de mijt in de huid wordt gegraven. Dit zijn dunne, licht schilferende, kronkelige lijntjes in de huid, meestal één tot anderhalve centimeter lang. Deze gangetjes zijn echter lang niet altijd goed zichtbaar. In veel gevallen zie je vooral indirecte tekenen, zoals krabeffecten, roodheid, papeltjes of een eczeemachtig beeld. Hierdoor kan scabiës gemakkelijk verward worden met andere huidaandoeningen.
De afwijkingen zitten vaak op typische plaatsen. Bij volwassenen zie je ze vooral aan de handen, tussen de vingers en aan de onderkant van de polsen. Daarnaast kunnen ze voorkomen in de oksels, liezen, aan de voeten, tussen de tenen, aan de enkels, rond de tepels en aan de genitaliën, zoals de penis en de balzak.
Opvallend is dat bij volwassenen het gezicht en de behaarde hoofdhuid vrijwel altijd gespaard blijven. Bij jonge kinderen kan dat anders zijn: daar kunnen ook het gezicht, de hoofdhuid en de nek betrokken zijn.
Soms ontstaat er een meer uitgebreide huiduitslag die sterk kan lijken op eczeem. Dit kan het herkennen van scabiës lastiger maken, zeker wanneer de typische gangetjes niet zichtbaar zijn.
AfbeeldingDrieluik: gangetjes tussen de vingers (a, b) en aan de voetzool (c)
De typische gangetjes zijn zichtbaar tussen de vingers (a, b) en aan de voetzool (c)
Variaties bij verschillende patiëntgroepen
Door de hevige jeuk gaan mensen krabben. Hierdoor raakt de huidbarrière beschadigd, wat kan leiden tot wondjes en secundaire bacteriële infecties. Dit kan het beeld verder vertroebelen en de klachten verergeren.
Een bijzondere en ernstigere vorm is scabiës crustosa. Hierbij zijn er zeer grote aantallen mijten aanwezig in de huid, soms duizenden. Deze vorm komt vooral voor bij mensen met een verminderde afweer. Opvallend is dat de jeuk hierbij vaak minder uitgesproken is, terwijl de besmettelijkheid juist veel groter is.
Hoofdstuk 5
Denk mee in de praktijk
Wanneer moet je aan scabiës denken?
Scabiës lijkt op papier een eenvoudige diagnose, maar in de praktijk is het vaak minder duidelijk. Veel patiënten presenteren zich niet met een klassiek beeld en de typische gangetjes zijn lang niet altijd zichtbaar. Daardoor wordt scabiës regelmatig gemist of verward met andere huidaandoeningen.
Het is daarom belangrijk om niet alleen naar de huid te kijken, maar ook naar de context. Scabiës is vrijwel nooit een individueel probleem. Het speelt zich af binnen een netwerk van contacten, en juist dat netwerk geeft vaak de belangrijkste aanwijzingen.
Jeuk is meestal de eerste klacht. Vooral wanneer deze 's nachts toeneemt, moet je alert zijn. Toch is jeuk op zichzelf niet voldoende om de diagnose te stellen. De combinatie met andere factoren maakt het verschil.
Een van de belangrijkste vragen die je moet stellen is of er meer mensen in de omgeving klachten hebben. Wanneer meerdere personen in dezelfde leefomgeving jeuk hebben, moet je altijd aan scabiës denken totdat het tegendeel bewezen is. Dit geldt voor huisgenoten, partners, gezinsleden en bewoners van instellingen.
De duur van de klachten kan richting geven, maar is niet altijd betrouwbaar. Bij een eerste besmetting kunnen klachten pas na enkele weken ontstaan, waardoor de bron vaak niet meer duidelijk is. Bij een herinfectie ontstaan klachten juist veel sneller. Dit verschil kan verwarrend zijn en vraagt om goede uitleg richting de patiënt.
Ook wanneer klachten niet verbeteren met een standaardbehandeling voor eczeem, moet je opnieuw nadenken over de diagnose. Scabiës wordt in de praktijk regelmatig gemist doordat het beeld atypisch is of doordat er te snel wordt vastgehouden aan een andere verklaring.
Rode vlaggen
Er zijn een aantal signalen die de kans op scabiës sterk vergroten. Het gaat zelden om één los kenmerk, maar juist om het patroon dat ontstaat wanneer je meerdere signalen combineert.
Jeuk die vooral 's nachts aanwezig is, is een belangrijk kenmerk. Wanneer daarnaast meerdere mensen in dezelfde omgeving klachten hebben, wordt de verdenking nog sterker. Huidafwijkingen op typische plaatsen, zoals tussen de vingers, aan de polsen of bij de genitaliën, ondersteunen dit beeld.
Tegelijkertijd is het belangrijk om te beseffen dat scabiës zich niet altijd klassiek presenteert. Soms zie je geen duidelijke gangetjes, maar alleen krabeffecten of een eczeemachtig beeld. Juist in die gevallen is het belangrijk om de context zwaar mee te laten wegen.
Ook situaties waarin de behandeling niet aanslaat, moeten een alarmsignaal zijn. Wanneer klachten blijven bestaan of terugkeren, is de kans groot dat er sprake is van herbesmetting of een onvolledig uitgevoerde behandeling.
Differentiaaldiagnose
Scabiës kan lijken op verschillende andere huidaandoeningen, waardoor de diagnose niet altijd eenvoudig is. Eczeem is daarbij de meest voorkomende verwarring. Vooral wanneer er sprake is van roodheid, schilfering en jeuk zonder duidelijke gangetjes, wordt al snel aan eczeem gedacht.
Ook insectenbeten kunnen een vergelijkbaar beeld geven, zeker wanneer er papeltjes zichtbaar zijn op de huid. Het verschil zit vaak in de verdeling en het beloop van de klachten.
Daarnaast kunnen allergische reacties of contacteczeem een rol spelen in de differentiaaldiagnose. Deze aandoeningen geven vaak ook jeuk en huidafwijkingen, maar missen meestal het patroon van verspreiding binnen een groep.
Wat helpt bij het onderscheiden van scabiës van andere aandoeningen, is het combineren van het klinisch beeld met de context. De aanwezigheid van klachten bij meerdere personen, het typische beloop en de lokalisatie van de afwijkingen geven vaak de doorslag.
In de praktijk gaat het er niet om dat elk kenmerk perfect past, maar dat je het geheel herkent. Juist door deze manier van denken voorkom je dat scabiës gemist wordt of te laat wordt behandeld.
Hoofdstuk 6
De diagnose
Klinisch beeld
De diagnose scabiës wordt in de meeste gevallen op basis van het klinisch beeld gesteld. Wanneer de klachten en de anamnese goed passen, is aanvullend onderzoek vaak niet nodig.
Een combinatie van hevige jeuk, vooral 's nachts, klachten bij meerdere personen in de omgeving en huidafwijkingen op typische plaatsen maakt de diagnose waarschijnlijk. Vooral wanneer er gangetjes zichtbaar zijn aan de handen, tussen de vingers of aan de polsen, is de kans groot dat het om scabiës gaat.
Ook afwijkingen aan de genitaliën, zoals papeltjes op de penis of de balzak, passen goed bij scabiës en kunnen helpen bij het stellen van de diagnose.
Toch is het klinisch beeld niet altijd duidelijk. De typische gangetjes zijn lang niet altijd zichtbaar en de huidafwijkingen kunnen lijken op eczeem, insectenbeten of een allergische reactie. In die gevallen is het belangrijk om de context mee te nemen en actief te vragen naar klachten bij anderen in de omgeving. Wanneer er twijfel blijft bestaan, kan aanvullend onderzoek helpen om de diagnose te bevestigen.
Microscopie, PCR en dermatoscopie
Wanneer het klinisch beeld niet eenduidig is, kan een huidafschraapsel worden verricht. Hierbij wordt een klein stukje huid van een gangetje afgenomen en onder de microscoop bekeken. Wanneer de scabiësmijt, eitjes of uitwerpselen zichtbaar zijn, is de diagnose definitief.
AfbeeldingMicroscopiebeeld: mijt in huidafschraapsel
Een scabiësmijt onder de microscoop
Deze methode is betrouwbaar, maar niet altijd eenvoudig uit te voeren. Het vereist ervaring en de juiste materialen, en in de praktijk wordt het niet altijd gedaan.
Een alternatief is PCR-onderzoek. Hierbij wordt een huidschilfertje opgestuurd naar het laboratorium, waar onderzocht wordt of er DNA van de scabiësmijt aanwezig is. Dit onderzoek kan snel duidelijkheid geven en is vooral nuttig wanneer er twijfel bestaat over de diagnose.
Daarnaast kan dermatoscopie gebruikt worden. Met een dermatoscoop kan een gangetje worden vergroot bekeken. Aan het einde van het gangetje kan soms een donker driehoekig structuurtje zichtbaar zijn, het zogenaamde delta-teken. Dit stelt het voorste deel van de mijt voor, met kop en poten.
In de praktijk is dermatoscopie een waardevol hulpmiddel, maar niet iedereen beschikt over een dermatoscoop of heeft voldoende ervaring om deze techniek goed toe te passen.
Uiteindelijk blijft de diagnose scabiës een combinatie van klinisch redeneren en, waar nodig, aanvullend onderzoek. Het is belangrijk om niet alleen naar de huid te kijken, maar ook naar het verhaal en de context van de patiënt.
Hoofdstuk 7
De behandeling: de drie pijlers
Een succesvolle behandeling bestaat altijd uit drie onderdelen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn: medicatie, hygiënemaatregelen en bron- en contactonderzoek.
De behandeling van scabiës lijkt op het eerste gezicht eenvoudig, maar in de praktijk gaat hier het vaakst iets mis. Wanneer één van deze onderdelen niet goed wordt uitgevoerd, blijft de infectie bestaan of keert deze snel terug.
Pijler 1 — Medicatie
De behandeling begint met medicatie. In de meeste gevallen wordt gekozen voor een lokale behandeling met een crème, zoals permetrine. Soms wordt gekozen voor tabletten, bijvoorbeeld ivermectine, afhankelijk van de situatie en de patiënt.
De medicatie is in principe effectief, mits deze op de juiste manier wordt gebruikt. Dat betekent dat de crème overal goed wordt aangebracht, voldoende dik wordt gesmeerd en lang genoeg op de huid blijft zitten. Belangrijk is dat de behandeling altijd wordt herhaald: op dag 1 en dag 8, met maximaal tien dagen ertussen. Ivermectine en benzylbenzoaat doden de mijt maar niet de eitjes, dus de tweede ronde doodt de larven die tussentijds uitkomen. Permetrine doodt de eitjes wél — ook daar wordt herhaald, om de eenvoudige reden dat vrijwel niemand het hele lichaam in één keer goed insmeert.
In de praktijk gaat het hier regelmatig mis. Mensen smeren niet overal, smeren te dun of houden zich niet aan het tijdschema. Hierdoor blijven mijten aanwezig en kan de infectie voortduren.
Pijler 2 — Hygiënemaatregelen
Naast medicatie zijn hygiënemaatregelen noodzakelijk om herbesmetting te voorkomen. De scabiësmijt kan buiten het lichaam enkele dagen overleven, waardoor besmetting via kleding of beddengoed mogelijk is.
Daarom moeten alle kleding en textiel die in de afgelopen dagen zijn gebruikt worden gewassen op voldoende hoge temperatuur. Voorwerpen die niet gewassen kunnen worden, moeten tijdelijk apart worden gehouden.
In de praktijk worden deze maatregelen vaak onderschat of juist te uitgebreid uitgevoerd. Het is belangrijk dat patiënten begrijpen wat wel en niet nodig is, zodat de maatregelen uitvoerbaar blijven.
Pijler 3 — Bron- en contactonderzoek
De derde pijler is bron- en contactonderzoek, en dit is vaak de meest onderschatte, maar tegelijkertijd de belangrijkste stap.
Scabiës is geen individueel probleem, maar een infectie die zich verspreidt binnen een netwerk van contacten. Daarom moeten alle personen die intensief contact hebben gehad met de patiënt worden opgespoord en behandeld. Dit geldt ook voor mensen die nog geen klachten hebben. Zij kunnen namelijk al besmet zijn en de mijt verder verspreiden.
Alle betrokkenen moeten gelijktijdig behandeld worden. Wanneer dit niet gebeurt, ontstaat er een voortdurende herbesmetting, waarbij de infectie van persoon tot persoon blijft overgaan.
In de praktijk blijkt dit vaak lastig. Mensen vergeten contacten, durven anderen niet te informeren of krijgen de logistiek niet rond. Toch is dit precies het punt waarop de behandeling staat of valt.
Pas wanneer medicatie, hygiënemaatregelen en contactonderzoek goed op elkaar zijn afgestemd en zorgvuldig worden uitgevoerd, kan de infectie daadwerkelijk worden doorbroken.
Hoofdstuk 8
Medicamenteuze behandeling
De medicamenteuze behandeling van scabiës bestaat uit lokale therapie met een crème en, in sommige gevallen, systemische behandeling met tabletten. De keuze voor een behandeling hangt af van de patiënt, de ernst van het beeld en vooral van de praktische uitvoerbaarheid.
Hoewel de beschikbare middelen effectief zijn, gaat het in de praktijk regelmatig mis. Niet omdat het middel niet werkt, maar omdat het niet goed wordt toegepast. Een correcte uitvoering is minstens zo belangrijk als de keuze van het middel zelf.
Permetrine
Permetrine 5% is beschikbaar als crème of gel en is een eerste keus bij de behandeling van scabiës. Lokale behandeling met permetrine en orale behandeling met ivermectine worden inmiddels als gelijkwaardig beschouwd; permetrine geeft wel iets sneller klinische verbetering.
Bij volwassenen en kinderen vanaf twaalf jaar wordt de crème op het hele lichaam aangebracht, van kaakrand tot onder de voetzolen — dus niet op hoofd en gezicht, tenzij daar afwijkingen zitten. Daarbij moeten ook de minder zichtbare plekken worden meegenomen, zoals tussen de vingers en tenen, onder de nagels, in de bilnaad en bij de genitaliën. Tot en met twaalf jaar worden gezicht en hoofdhuid wél meebehandeld. De crème moet voldoende dik worden aangebracht en bij voorkeur twaalf uur op de huid blijven zitten, minimaal acht. Douchen mag pas twaalf uur na het aanbrengen. Aanbrengen aan het begin van de avond en de volgende ochtend afdouchen is daarom het praktischst. De behandeling wordt herhaald na zeven dagen, met maximaal tien dagen tussen de twee rondes.
De LCI-richtlijn houdt deze inwerktijd aan voor alle leeftijdscategorieën. Voor kinderen onder twee maanden adviseren het Kinderformularium en de NHG-behandelrichtlijn off-label een kortere inwerktijd van vier tot zes uur. De huid is op die leeftijd dunner, waardoor er meer wordt opgenomen; om dezelfde reden gaat de voorkeur uit naar de crème en niet naar de gel.
In de praktijk gaat het gebruik van permetrine vaak mis. Er wordt te dun gesmeerd, delen van het lichaam worden overgeslagen of de inwerktijd wordt niet gehaald. Dit leidt tot een verminderde effectiviteit en kan ervoor zorgen dat de infectie blijft bestaan.
Benzylbenzoaat
Benzylbenzoaat is een alternatief voor permetrine en wordt vaak ingezet wanneer permetrine niet beschikbaar is of niet goed verdragen wordt.
Het middel is effectief, maar kan meer huidirritatie veroorzaken, vooral bij kinderen en bij mensen met een gevoelige of beschadigde huid. Daarom vraagt het gebruik extra aandacht en duidelijke uitleg.
Het schema wijkt af van permetrine: benzylbenzoaat wordt tweemaal aangebracht met vierentwintig uur ertussen om één behandeling te voltooien, en het lichaam mag daarna achtenveertig uur niet gewassen worden. Na zeven dagen wordt die hele procedure herhaald — in totaal dus vier keer smeren.
Ivermectine
Ivermectine is een systemisch middel dat oraal wordt ingenomen. Het wordt vooral gebruikt in situaties waarin lokale behandeling moeilijk uitvoerbaar is, of wanneer eerdere behandelingen onvoldoende effect hebben gehad. Ook bij uitgebreide huidafwijkingen, verminderde zelfredzaamheid of uitbraken in instellingen kan ivermectine een goede keuze zijn.
De dosering wordt bepaald op basis van het lichaamsgewicht en de behandeling wordt meestal herhaald na zeven dagen. Omdat ivermectine niet alle stadia van de mijt direct beïnvloedt, is herhaling noodzakelijk.
Keuze van behandeling in de praktijk
De keuze voor een behandeling wordt niet alleen bepaald door richtlijnen, maar vooral door wat haalbaar is voor de patiënt.
Wanneer iemand goed in staat is om het hele lichaam zorgvuldig in te smeren en instructies kan opvolgen, is lokale behandeling met permetrine meestal de beste keuze. Wanneer er twijfel is over de uitvoering, bijvoorbeeld door beperkte zelfredzaamheid, taalbarrières of complexe thuissituaties, is een orale behandeling met ivermectine vaak een beter alternatief.
Daarnaast speelt de conditie van de huid een rol. Bij een beschadigde of eczemateuze huid kan lokale behandeling minder geschikt zijn en kan een orale behandeling de voorkeur hebben.
Het belangrijkste is dat de behandeling niet alleen theoretisch klopt, maar ook daadwerkelijk goed uitgevoerd kan worden.
Tabel 1. Behandeloverzicht scabiës
Patiëntgroep
Geneesmiddel
Smeerinstructies en aandachtspunten
Zuigeling onder 4 kg
Benzylbenzoaat 25%, 2× met 7 dagen ertussen
Ook hoofdhuid, gezicht, wenkbrauwen, nek en oren. Sokjes en wantjes aan; slijmvliezen vrijhouden.
Kind boven 4 kg t/m 12 jaar
Permetrine 5% óf ivermectine, 2× met 7 dagen ertussen
Bij permetrine ook hoofdhuid, gezicht, wenkbrauwen, nek en oren meesmeren; sokjes en wantjes aan, geen slijmvliezen. Onder 2 maanden: volgens Kinderformularium en NHG off-label een kortere inwerktijd van 4 tot 6 uur, en bij voorkeur crème — de huid is dunner en neemt meer op. Ivermectine is geregistreerd vanaf 15 kg; vanaf 4 kg off-label, en onder 13 kg is exact doseren praktisch lastig.
Vanaf 12 jaar en volwassenen
Permetrine 5% óf ivermectine, 2× met 7 dagen ertussen
Voorkeur van de persoon, taalbarrières en de verwachte therapietrouw wegen mee in de keuze.
Kwetsbare ouderen en volwassenen met een beperking
Permetrine 5% óf ivermectine, 2× met 7 dagen ertussen
Bij permetrine ook hoofdhuid, gezicht, nek en oren. Sokken en handschoenen aan; zo nodig thuiszorg inschakelen voor het aanbrengen.
Zwangerschap
Lokale behandeling; géén ivermectine
De LCI-richtlijn noemt permetrine eerste keus, de NHG-behandelrichtlijn benzylbenzoaat. Beide gelden als veilig; de behandelaar kiest.
Borstvoeding
Permetrine 5%; tweede keus benzylbenzoaat 25%
Borsten meesmeren. Moedermelk hoeft niet te worden weggegooid; de tepel vóór de voeding schoonmaken en erna bijsmeren volstaat, tot de behandeltijd om is. Wordt toch ivermectine gekozen (derde keus): alleen bij een zuigeling van 7 dagen of jonger een etmaal afkolven en weggooien.
Uitgebreide erosies of eczemateuze huid
Ivermectine, 2× met 7 dagen ertussen
Bij een kapotte huid wordt te veel van een smeersel opgenomen.
Scabiës crustosa
Combinatiebehandeling door de dermatoloog
Ivermectine én permetrine, 2 tot 3 keer met 7 dagen ertussen. Strikte isolatie en verwijzing.
Hoofdstuk 9
Smeerinstructies
Een goede behandeling van scabiës staat of valt met de manier waarop de crème wordt aangebracht. In de praktijk gaat het hier het vaakst mis. Niet omdat het middel niet werkt, maar omdat het niet goed of niet volledig wordt gebruikt. Het is daarom essentieel om patiënten duidelijke en haalbare instructies te geven.
Hoe en waar smeren
De behandeling met een crème, meestal permetrine, moet 's avonds worden uitgevoerd. De crème wordt aangebracht op de hele huid, van de kaaklijn tot en met de voetzolen.
Daarbij is het belangrijk dat werkelijk alle huid wordt meegenomen. Niet alleen de zichtbare plekken, maar juist ook de gebieden die gemakkelijk worden vergeten. Denk aan tussen de vingers en tenen, onder de nagels, in de bilnaad, rond de genitaliën en achter de oren.
De crème moet voldoende dik worden aangebracht. Een dun laagje is niet voldoende om alle mijten te doden. De huid moet volledig bedekt zijn. Na het aanbrengen moet de crème bij voorkeur twaalf uur op de huid blijven zitten, minimaal acht; douchen mag pas twaalf uur na het aanbrengen. De volgende ochtend kan de huid worden afgespoeld onder de douche. Daarna moeten schone kleding en schoon beddengoed worden gebruikt. Tijdens de behandeling worden geen make-up en bodylotion gebruikt.
Het is belangrijk dat de handen na het aanbrengen niet worden gewassen. Wanneer dit toch gebeurt, moeten de handen opnieuw worden ingesmeerd.
De behandeling wordt altijd herhaald op dag 8, met maximaal tien dagen tussen de twee rondes. Bij ivermectine en benzylbenzoaat omdat die de eitjes niet doden; bij permetrine omdat vrijwel niemand het hele lichaam in één keer bedekt.
Specifieke aandachtspunten per patiëntgroep
Tot en met twaalf jaar worden ook het gezicht, de hoofdhuid, de wenkbrauwen, de nek en de oren meebehandeld. Dit wijkt af van volwassenen en kinderen vanaf twaalf, waarbij deze gebieden niet worden meegenomen tenzij er afwijkingen zitten.
Bij zuigelingen gelden nog strengere instructies. Ook de hoofdhuid, het gezicht, de wenkbrauwen, de nek en de oren moeten worden ingesmeerd. Daarbij moet worden voorkomen dat de crème in de ogen of mond terechtkomt.
Bij kwetsbare patiënten, zoals ouderen of mensen die niet zelfstandig kunnen smeren, is het belangrijk om hulp in te schakelen. Wanneer het aanbrengen niet goed gebeurt, is de kans op falen van de behandeling groot.
Ook bij patiënten met een beschadigde of eczemateuze huid moet extra aandacht worden besteed aan de behandeling. In sommige gevallen is een orale behandeling dan een beter alternatief.
Veelgemaakte fouten
In de praktijk zie je steeds dezelfde fouten terugkomen.
Niet het hele lichaam wordt ingesmeerd. Vooral de rug, de bilnaad en de gebieden tussen de vingers en tenen worden regelmatig vergeten.
De crème wordt te dun aangebracht of niet lang genoeg op de huid gelaten.
De behandeling wordt niet herhaald na zeven dagen.
De handen worden na het smeren gewassen zonder deze opnieuw in te smeren. Hierdoor blijven juist op deze plekken mijten aanwezig.
De behandeling wordt niet goed afgestemd met de andere pijlers, zoals hygiënemaatregelen en contactonderzoek. Hierdoor kan herbesmetting optreden, ondanks een correcte toepassing van de crème.
Een goede uitleg en begeleiding zijn essentieel om deze fouten te voorkomen. Hoe beter de patiënt begrijpt wat er moet gebeuren, hoe groter de kans op een succesvolle behandeling.
Hoofdstuk 10
Hygiënemaatregelen
Naast medicatie zijn hygiënemaatregelen een essentieel onderdeel van de behandeling van scabiës. Ze zijn bedoeld om herbesmetting te voorkomen, maar in de praktijk worden ze vaak verkeerd uitgevoerd. Soms wordt er te weinig gedaan, maar minstens zo vaak wordt er juist te veel gedaan, waardoor het onnodig ingewikkeld en belastend wordt.
Wat moet je wassen en wanneer
De scabiësmijt kan buiten het lichaam slechts beperkt overleven. In de meeste gevallen sterft de mijt binnen ongeveer 72 uur wanneer er geen contact is met menselijke huid. Dit betekent dat maatregelen zich vooral moeten richten op de periode vlak vóór de behandeling.
De belangrijkste regel is dat alle kleding, handdoeken en beddengoed die in de drie dagen vóór de behandeling zijn gebruikt, moeten worden gewassen op minimaal 60 graden, met een programma van minimaal 35 minuten. Dit geldt ook voor andere stoffen waarmee intensief huidcontact is geweest.
Voorwerpen die niet gewassen kunnen worden, hoeven niet weggegooid te worden. Het is voldoende om deze drie dagen in een gesloten plastic zak bij kamertemperatuur te bewaren — bij scabiës crustosa zeven dagen. Invriezen geldt als onbetrouwbaar en is dus geen alternatief.
Het beddengoed moet zowel de nacht vóór als de nacht na de behandeling worden verschoond. Matrassen en kussens hoeven niet intensief gereinigd te worden; stofzuigen is voldoende — gooi daarna de stofzuigerzak weg. Dekens kunnen worden gelucht en na enkele dagen weer gebruikt worden. Stomen werkt niet: daar gaat de mijt niet van dood. Handdesinfectie op alcoholbasis is evenmin betrouwbaar tegen de scabiësmijt; water en zeep wel.
Praktische uitvoering in de thuissituatie
In de praktijk zie je dat patiënten vaak doorslaan in de hygiënemaatregelen. Hele huizen worden schoongemaakt, meubels worden gedesinfecteerd en spullen worden weggegooid. Dit is niet nodig en maakt de behandeling onnodig zwaar.
Aan de andere kant worden soms juist essentiële stappen overgeslagen, zoals het wassen van kleding of het verschonen van beddengoed. Dit vergroot de kans op herbesmetting.
Het is daarom belangrijk om duidelijke en haalbare instructies te geven. Hygiënemaatregelen moeten uitvoerbaar blijven. Wanneer ze te complex worden, neemt de kans toe dat ze niet goed worden uitgevoerd.
Uiteindelijk zijn hygiënemaatregelen ondersteunend aan de behandeling. Ze zijn belangrijk, maar alleen effectief wanneer ze gecombineerd worden met een correcte medicamenteuze behandeling en een goed uitgevoerd contactonderzoek.
Hoofdstuk 11
Waar gaat het mis?
Veelvoorkomende valkuilen in de praktijk
De behandeling van scabiës is in theorie duidelijk, maar in de praktijk blijkt het vaak lastiger dan verwacht. Veel behandelingen mislukken niet doordat het middel niet werkt, maar doordat de uitvoering niet volledig of niet gelijktijdig gebeurt.
Een van de meest voorkomende problemen is dat de medicatie niet goed wordt gebruikt. De crème wordt niet overal aangebracht, te dun gesmeerd of niet lang genoeg op de huid gelaten. Ook wordt de behandeling soms niet herhaald op dag 8, waardoor de tussentijds uitgekomen larven blijven bestaan.
Daarnaast worden hygiënemaatregelen niet altijd correct uitgevoerd. Soms worden belangrijke stappen overgeslagen, zoals het wassen van kleding en beddengoed. In andere gevallen slaan mensen juist door en maken ze het onnodig complex, waardoor de kans groter wordt dat de maatregelen niet goed worden volgehouden.
Maar de grootste valkuil zit vaak niet in de medicatie of de hygiëne, maar in het ontbreken van een goede afstemming tussen alle betrokkenen.
Herbesmetting en onvoldoende behandeling
Scabiës is geen individueel probleem, maar een infectie die zich verspreidt binnen een netwerk van contacten. Wanneer niet iedereen in dat netwerk gelijktijdig wordt behandeld, blijft de mijt circuleren.
In de praktijk betekent dit dat iemand succesvol behandeld kan zijn, maar toch opnieuw besmet raakt via een partner, huisgenoot of ander contact dat niet — of niet op tijd — is behandeld.
Het is daarom essentieel om verder te kijken dan de individuele patiënt. Wie heeft er allemaal intensief contact gehad? Wie moet er meebehandeld worden? En is het haalbaar om iedereen op hetzelfde moment te behandelen?
Het bron- en contactonderzoek
Bij brononderzoek is het vaak lastig om te achterhalen waar de scabiës precies is opgelopen. Dat heeft meerdere oorzaken.
Allereerst kan het enkele weken duren voordat klachten ontstaan na een besmetting. Hierdoor ligt het moment van besmetting vaak verder terug dan de patiënt zich realiseert. Daarnaast kunnen mensen al besmettelijk zijn voordat zij zelf klachten hebben, waardoor de infectie ongemerkt wordt doorgegeven.
Ook speelt schaamte een belangrijke rol. Mensen vertellen vaak niet dat zij scabiës hebben, waardoor contacten niet worden geïnformeerd en niet worden meegenomen in de behandeling.
In de praktijk wordt het nog complexer door de manier waarop mensen samenleven. Samengestelde gezinnen, gezinnen met uitwonende kinderen en studentenhuizen vormen een uitdaging. Niet iedereen is tegelijkertijd aanwezig, en het is lastig om alle betrokkenen gelijktijdig te behandelen.
Het gevolg is dat de infectie blijft circuleren binnen de groep. De mijt wordt steeds opnieuw overgedragen van de ene persoon naar de andere. Dit zogenaamde pingpong-effect maakt scabiës hardnekkig en moeilijk te bestrijden.
Dit hoofdstuk laat zien dat een succesvolle behandeling niet alleen afhangt van de juiste medicatie, maar vooral van de uitvoering en samenwerking. Pas wanneer alle onderdelen goed op elkaar zijn afgestemd, kan de infectie daadwerkelijk worden doorbroken.
Hoofdstuk 12
Na de behandeling
Post-scabiës jeuk
Na een correcte behandeling verwachten veel patiënten dat de jeuk direct verdwijnt. In de praktijk is dat vaak niet zo. De jeuk kan nog weken aanhouden: twee tot zes weken, gemiddeld ongeveer vier. Dit betekent meestal niet dat de behandeling niet heeft gewerkt. De klachten worden namelijk veroorzaakt door een afweerreactie van het lichaam op de mijten, hun resten en hun uitwerpselen. Ook nadat de mijten zijn gedood, kan deze reactie nog enige tijd blijven bestaan.
Dit wordt post-scabiës jeuk genoemd. Het is een normale reactie en geen teken van een actieve infectie. In de praktijk wordt dit vaak verkeerd geïnterpreteerd. Zowel patiënten als zorgverleners denken dat de behandeling heeft gefaald, terwijl het lichaam simpelweg nog aan het herstellen is.
Goede uitleg is hier essentieel. Wanneer patiënten weten dat jeuk nog kan aanhouden, voorkomt dit onnodige onrust en herbehandeling.
Besmettelijkheid en herstel
Wanneer de behandeling met crème correct is uitgevoerd, is iemand meestal na ongeveer twaalf uur niet meer besmettelijk. Dat betekent dat de kans op overdracht na dat moment sterk afneemt.
Het herstel van de huid duurt echter langer. De huid moet herstellen van de schade door de mijten en het krabben. Roodheid, schilfering en kleine wondjes kunnen nog enige tijd zichtbaar blijven.
Het is belangrijk om dit onderscheid duidelijk te maken: iemand kan niet meer besmettelijk zijn, maar nog wel klachten hebben.
Wanneer opnieuw behandelen?
De vraag of een behandeling herhaald moet worden, komt vaak voor. In de meeste gevallen is de standaard herhaling na zeven dagen voldoende.
Een extra behandeling is alleen nodig wanneer er duidelijke aanwijzingen zijn voor een actieve infectie. Denk bijvoorbeeld aan het ontstaan van nieuwe gangetjes, nieuwe typische huidafwijkingen of opnieuw klachten bij meerdere contacten.
Aanhoudende jeuk alléén is geen reden om opnieuw te behandelen. Houdt de jeuk langer dan vier weken aan, dan komt differentiaaldiagnostisch ook postscabicide eczeem in beeld — vooral na permetrine — naast een recidief. In de praktijk is het belangrijk om goed te beoordelen wat er speelt. Is er sprake van een normale herstelreactie, of zijn er tekenen van herbesmetting of onvoldoende uitgevoerde behandeling?
Door dit onderscheid te maken, voorkom je dat patiënten onnodig opnieuw behandeld worden of juist te laat worden herbeoordeeld.
Hoofdstuk 13
Scabiës in complexe situaties
Scabiës verloopt niet bij iedereen hetzelfde. In sommige situaties is de aandoening moeilijker te herkennen, sneller verspreid of lastiger te behandelen. Juist in deze complexe situaties is het belangrijk om alert te zijn en verder te kijken dan het standaardbeeld.
Scabiës crustosa
Scabiës crustosa, ook wel norvegica genoemd, is een ernstige en zeer besmettelijke vorm van scabiës. Waar bij gewone scabiës vijf tot tien mijten aanwezig zijn, kan het hier oplopen tot duizenden — tot wel 4700 mijten per gram huidschilfers.
De huid vertoont vaak uitgebreide schilfering en korstvorming. Het beeld kan lijken op psoriasis of ernstige hyperkeratose. Opvallend is dat de jeuk vaak minder aanwezig is dan je zou verwachten. Dit komt doordat het immuunsysteem minder sterk reageert. Deze vorm komt vooral voor bij mensen met een verminderde afweer, zoals ouderen, mensen met neurologische aandoeningen, immuungecompromitteerde patiënten of mensen die niet goed in staat zijn om jeuk te voelen of aan te geven.
Door het grote aantal mijten is de besmettelijkheid zeer hoog. Verspreiding kan zelfs plaatsvinden via korter contact of via materialen, waardoor uitbraken sneller ontstaan. De behandeling is intensiever dan bij gewone scabiës en bestaat vaak uit een combinatie van orale medicatie en lokale behandeling, gecombineerd met strikte hygiënemaatregelen en uitgebreid contactonderzoek.
Groepen en instellingen
Scabiës verspreidt zich gemakkelijk in groepen waarin mensen dicht op elkaar leven en veel lichamelijk contact hebben. Denk aan verpleeghuizen, ziekenhuizen, instellingen voor mensen met een verstandelijke beperking, kinderopvang, asielzoekerscentra en studentenhuizen.
In deze situaties is het vaak lastig om de infectie onder controle te krijgen. Niet iedereen is tegelijkertijd aanwezig, er zijn wisselende contacten en het is moeilijk om alle betrokkenen gelijktijdig te behandelen.
Daarnaast spelen praktische en organisatorische factoren een rol. Wie coördineert de behandeling? Hoe zorg je dat iedereen dezelfde instructies krijgt? En hoe ga je om met mensen die geen klachten hebben, maar wel behandeld moeten worden? Wanneer dit niet goed wordt afgestemd, blijft de infectie circuleren binnen de groep en kunnen uitbraken langdurig aanhouden.
Kwetsbare patiënten
Bij kwetsbare patiënten vraagt de aanpak extra aandacht. Denk aan ouderen, mensen met een verstandelijke beperking, patiënten met psychiatrische aandoeningen of mensen die niet zelfstandig kunnen zorgen voor hun behandeling.
In deze groep is de kans groter dat de behandeling niet goed wordt uitgevoerd. Het insmeren van het hele lichaam is niet altijd haalbaar en hygiënemaatregelen kunnen moeilijk uitvoerbaar zijn.
Ook kan het klinisch beeld afwijkend zijn. Jeuk wordt niet altijd goed geuit en huidafwijkingen kunnen minder duidelijk zichtbaar zijn. Hierdoor wordt de diagnose soms later gesteld.
In deze situaties is het belangrijk om de behandeling aan te passen aan wat praktisch haalbaar is. Soms betekent dit dat gekozen wordt voor een orale behandeling in plaats van een lokale behandeling, of dat extra ondersteuning wordt ingezet bij het uitvoeren van de behandeling.
Scabiës in complexe situaties vraagt om meer dan alleen medische kennis. Het vraagt om organisatie, communicatie en samenwerking. Juist door deze factoren mee te nemen, kun je voorkomen dat de infectie blijft circuleren en moeilijk onder controle te krijgen is.
Hoofdstuk 14
Doorbreek het taboe
Scabiës is een veelvoorkomende aandoening, maar er rust nog altijd een taboe op. Veel mensen schamen zich ervoor en associëren het met slechte hygiëne of "vies zijn". Dat beeld klopt niet, maar heeft wel grote gevolgen voor de praktijk.
Schaamte zorgt ervoor dat mensen hun klachten niet altijd delen met anderen. Ze stellen het zoeken van hulp uit, informeren hun contacten niet en volgen adviezen soms niet volledig op. Hierdoor blijft de infectie langer bestaan en kan deze zich verder verspreiden.
In de praktijk zie je dat dit één van de belangrijkste redenen is waarom scabiës moeilijk onder controle te krijgen is.
Schaamte en communicatie
Voor veel patiënten is de diagnose scabiës beladen. Het kan gevoelens oproepen van ongemak, schaamte en onzekerheid. Dit maakt het lastig om open te zijn naar partners, huisgenoten of andere contacten.
Juist daarom is de manier waarop je als zorgverlener communiceert essentieel. Maak vanaf het begin duidelijk dat scabiës niets te maken heeft met persoonlijke hygiëne, maar met contact. Iedereen kan het krijgen.
Door dit expliciet te benoemen, verlaag je de drempel om erover te praten. Dit helpt patiënten om hun omgeving te informeren en de behandeling goed uit te voeren.
Daarnaast is het belangrijk om concrete handvatten te geven. Wie moet er geïnformeerd worden? Wat zeg je tegen anderen? En waarom is het zo belangrijk dat iedereen tegelijk behandeld wordt? Wanneer patiënten begrijpen waarom deze stappen nodig zijn, zijn ze eerder bereid om ze ook daadwerkelijk uit te voeren.
De rol van zorgverleners
Als zorgverlener heb je een belangrijke rol in het doorbreken van het taboe rondom scabiës. Dat begint bij het geven van duidelijke, eerlijke en niet-veroordelende uitleg.
Maar het gaat verder dan dat. Je helpt patiënten ook bij het organiseren van de behandeling. Je denkt mee over hoe zij hun contacten kunnen informeren en hoe de praktische uitvoering haalbaar wordt.
Daarnaast is het belangrijk om alert te zijn op misinformatie. Veel patiënten zoeken zelf informatie online en komen daarbij regelmatig onjuiste of onvolledige adviezen tegen. Dit kan leiden tot verwarring en verkeerde keuzes. Door betrouwbare en duidelijke informatie te geven, kun je patiënten helpen om de juiste stappen te zetten.
Door het taboe te doorbreken en open communicatie te stimuleren, vergroot je de kans op een succesvolle behandeling. Niet alleen voor de individuele patiënt, maar ook voor de groep waarin de infectie zich verspreidt.
Hoofdstuk 15
Praktisch stappenplan voor behandeling
Een behandeling van scabiës moet zorgvuldig en volledig worden uitgevoerd. Wanneer stappen worden overgeslagen of niet gelijktijdig plaatsvinden, is de kans groot dat de infectie blijft bestaan.
Het volledige dag-voor-dag stappenplan met afvinkbare stappen staat onder Stappenplan, in twee varianten: crème en tabletten.
Dag-tot-dag overzicht in het kort
3 dagen vooraf — benodigdheden halen, schone kleding en beddengoed klaarleggen, kleding en schoenen van de afgelopen drie dagen in zakken.
Dag 1 — verzamelen en sorteren, wassen op 60 °C, daarna de behandeling: insmeren van kaaklijn tot voetzolen met de crème 12 uur laten zitten, óf de voorgeschreven tabletten innemen.
Dag 2 — bij crème: afdouchen na 12 uur. Verder schone kleding, opnieuw wassen, schoon beddengoed.
Dag 3 t/m 6 — zakken openen op dag 4 en 5; verder geen actieve stappen.
Dag 7 — alles klaarleggen voor de tweede behandeling.
Dag 8 — herhaal alle stappen van dag 1. Maximaal tien dagen na dag 1.
Dag 9 t/m 13 — afdouchen en wassen op dag 9; zakken openen op dag 11 en 12.
Dag 14 — huid-op-huidcontact mag weer.
Belangrijk om te onthouden
De behandeling werkt alleen wanneer iedereen tegelijk behandeld wordt, alle stappen volledig worden uitgevoerd en niets wordt overgeslagen.
Hoofdstuk 16
Verdieping: interviews, artikelen en podcasts
Scabiës is de afgelopen jaren steeds nadrukkelijker aanwezig in zowel de media als de medische praktijk. De toename van het aantal besmettingen en de complexiteit van de behandeling maken dat het onderwerp breder besproken wordt in interviews, artikelen en onderwijs.
In deze verdiepende bronnen komt steeds hetzelfde beeld naar voren: scabiës is geen eenvoudige aandoening, maar een probleem waarin medische, praktische en sociale factoren samenkomen.
Podcasts en mediaoptredens
Scabiës — actuele inzichten voor de huisartsenpraktijkPodcast · Huisarts & Wetenschap
Herkenning, diagnostische valkuilen, behandeling en contactonderzoek, met nadruk op de praktische uitdagingen in de huisartsenpraktijk.
Bah, schurft! Dermatoloog legt uit wat het is en hoe je ervan afkomtRadio-interview · Zeeland Wordt Wakker, Omroep Zeeland · 29 januari 2026
Wat scabiës is, hoe het ontstaat en wat nodig is om het effectief te behandelen.
Artikelen
Schurft blijft rondgaan in Nederland: taboe moet erafNOS Nieuws · interview door Jules Jessurun
Over de hardnekkigheid van scabiës, het belang van het doorbreken van het taboe en de rol van herbesmetting binnen huishoudens.
De complexiteit van scabiësHuisarts & Wetenschap · Vera van Uem & Annemie Galimont, 2024
Waarom scabiës in de praktijk vaak moeilijk te behandelen is en welke factoren bijdragen aan therapiefalen.
Win de strijd tegen de scabiësmijt!WCS Nieuws · 2023
Praktijkgericht artikel met aandacht voor behandeling, uitvoering en het voorkomen van herbesmetting.
Wetenschappelijke en praktijkgerichte verdieping
Exploring transmission dynamics of the Sarcoptes scabiei mite in humans (Netherlands 2016–2023)Parasites & Vectors · 2024;17:419
Inzicht in transmissiepatronen, genetische varianten van de mijt en de verspreiding van scabiës in Nederland.
Hoofdstuk 17
Meer informatie en bronnen
Voor verdere verdieping en actuele richtlijnen over scabiës zijn er verschillende betrouwbare bronnen beschikbaar. Deze informatie kan helpen bij het onderbouwen van keuzes in de praktijk en het geven van juiste voorlichting aan patiënten.
Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV) — patiënteninformatie scabiës
Nederlands Centrum voor Beroepsziekten — melden van een beroepsziekte
Voorlichtingsmateriaal voor patiënten
Thuisarts.nl — Schurft (scabiës)
Apotheek.nl — Permetrine en benzylbenzoaat (gebruik en instructies)
Deze bronnen bieden actuele en evidence-based informatie en kunnen gebruikt worden ter ondersteuning van de behandeling en patiëntvoorlichting.
Hoofdstuk 18
Over Huidopleiding
Huidopleiding® is in 2017 opgericht door dr. Annemie Galimont-Collen en drs. Olivier Galimont, met als doel om hoogwaardige en toegankelijke scholing over huid-, haar- en nagelaandoeningen te bieden.
De kracht van Huidopleiding ligt in de combinatie van wetenschappelijke onderbouwing en praktische toepasbaarheid. De scholingen worden ontwikkeld en gegeven vanuit de dagelijkse praktijk in de dermatologie, met aandacht voor herkenning, behandeling en samenwerking tussen verschillende zorgverleners.
De inhoud is onafhankelijk en productvrij, met een sterke focus op het verbeteren van kennis, het versterken van klinisch redeneren en het tegengaan van misinformatie in de zorg.
Huidopleiding richt zich op een brede groep professionals, waaronder pedicures, verpleegkundigen, huidtherapeuten, kappers en andere zorgverleners die in hun werk met huid, haar en nagels te maken hebben.
Voor scabiës is er op dit moment geen aparte cursus of webinar. Wat er wél is, is de bredere basis waarop dit soort herkenning rust: leren kijken naar de huid, benoemen wat je ziet, en het onderscheid tussen wat je zelf behandelt en wat je doorverwijst.
Schurft krijg je niet van vies zijn. Je krijgt het van huid tegen huid.
Schurft komt door een heel klein beestje: de schurftmijt. Je kunt hem niet zien. Hij graaft gangetjes in de bovenste laag van je huid, en daar ga je van jeuken.
Het is vervelend, maar het gaat over. Hieronder lees je wat er aan de hand is en wat er nu gaat gebeuren.
Het belangrijkste in het kort
Je krijgt schurft van langer huid-op-huidcontact. Meestal minstens een kwartier.
Het heeft niets met hygiëne te maken. Iedereen kan het krijgen.
Je wordt twee keer behandeld, met een week ertussen. Die tweede keer is net zo belangrijk als de eerste.
Iedereen in huis wordt tegelijk behandeld. Ook wie nergens last van heeft.
Hoe kom ik hieraan?
Door langer huid tegen huid te zijn met iemand die het heeft. Denk aan samen in bed liggen, knuffelen, seks, een kind op schoot, of iemand verzorgen. Kort een hand geven is meestal niet genoeg.
Het kan ook via kleding, handdoeken of beddengoed die kort daarvoor door iemand anders zijn gebruikt.
Weet je niet van wie je het hebt? Dat is heel normaal. Het duurt weken voordat je iets merkt, dus het moment ligt vaak verder terug dan je denkt.
Waarom merkte ik het pas zo laat?
Omdat de jeuk niet van de mijt zelf komt, maar van je afweer. Je lichaam moet eerst leren reageren op het beestje. De eerste keer duurt dat twee tot zes weken.
In die weken kun je het al doorgeven aan anderen, zonder dat je het weet. Daarom worden huisgenoten altijd meebehandeld.
Heb je het eerder gehad? Dan reageert je afweer veel sneller. De jeuk begint dan soms al na een paar dagen.
Wat merk je ervan?
Jeuk. Vooral 's nachts in bed, en als je het warm hebt.
Verder kun je fijne, kronkelige streepjes op je huid zien van ongeveer een centimeter. Dat zijn de gangetjes. Ze zitten meestal:
tussen je vingers en aan de zijkant van je hand
aan de binnenkant van je pols
tussen je tenen, op je wreef en rond je enkel
in je oksels, liezen, rond de tepels en bij de geslachtsdelen
Vaak zie je die gangetjes niet meer, omdat je ze hebt kapotgekrabd. Je ziet dan alleen bultjes, rode plekken en krabsporen. Dat betekent niet dat het geen schurft is.
Bij volwassenen zit het bijna nooit in het gezicht of op het hoofd. Bij baby's en jonge kinderen wel.
Waarom moet iedereen in huis mee?
Omdat de anderen het al kunnen hebben zonder dat ze jeuken. Word jij behandeld en je huisgenoot niet, dan geven jullie het een paar weken later gewoon weer aan elkaar door.
Dat heen en weer geven is de belangrijkste reden dat schurft in een huis blijft rondgaan. Daarom behandelt iedereen op dezelfde dag — ook wie nergens last van heeft.
Hoe vertel ik dit aan anderen?
Veel mensen schamen zich ervoor. Dat is begrijpelijk, maar niet nodig. Schurft zegt niets over hoe schoon je bent. Sterker nog: wie zich vaak wast, heeft er soms juist minder van te zien.
Je hoeft er geen groot verhaal van te maken. Iets als dit is genoeg:
„Ik heb schurft. Het komt van huidcontact, niet van hygiëne. Jij moet ook behandeld worden, ook als je nergens last van hebt — anders geven we het aan elkaar terug.”
Vertel het aan je huisgenoten, je partner, en aan mensen met wie je de afgelopen weken langer huid-op-huidcontact had. Hoe eerder je het zegt, hoe eerder iedereen ervan af is.
Hoe gaat de behandeling?
Je krijgt van je arts een crème of tabletten. Wat het beste past, kiest de arts samen met jou.
Twee keer, met een week ertussen
Je wordt twee keer behandeld: op dag 1 en op dag 8. Die tweede keer is geen extraatje. Juist daar gaat het het vaakst mis — mensen voelen zich beter en slaan hem over. Dan begint het weer van voren af aan.
Bij crème
Je smeert 's avonds je hele lichaam in, van je kaakrand tot onder je voetzolen. Ook tussen je vingers en tenen, onder je nagels en in de plooien. De crème blijft twaalf uur zitten. De volgende ochtend douch je hem eraf.
Bij tabletten
Je slikt het aantal tabletten dat je arts voorschrijft. Hoeveel dat zijn, hangt af van je gewicht.
Ga je beginnen? Hier staat wat je welke dag doet
Een schema van dag 1 tot en met dag 14: wanneer je smeert of slikt, wat er in de was gaat en wanneer je weer knuffelen mag. Je kunt de stappen afvinken terwijl je ze doet, en het schema uitprinten.
Kreeg je van je arts of apotheek een eigen stappenplan? Houd dat aan.
En de was?
Alles wat de laatste drie dagen tegen je huid aan is geweest, gaat in de was: kleding, ondergoed, handdoeken, beddengoed. Was op 60 graden, met een programma van minstens 35 minuten. Een wasmachine heeft even tijd nodig om die temperatuur echt te halen.
Wat niet zo heet gewassen kan worden, doe je drie dagen in een dichte plastic zak. Zonder mensenhuid gaat de mijt vanzelf dood.
Je matras en kussen hoef je alleen te stofzuigen.
Wat hoef je juist níét te doen?
Veel mensen doen veel te veel. Dat is niet nodig, en het maakt een zware week nog zwaarder.
Je hele huis schoonmaken. De mijt leeft niet op deurklinken, vloeren of tafels.
Meubels desinfecteren of in plastic wikkelen. Stofzuigen is genoeg.
Spullen weggooien. Nooit nodig.
Je huisdier behandelen. De menselijke mijt kan niet in een dierenvacht leven. Aai je hond of kat de eerste drie dagen alleen kort, dat is alles.
Kleding invriezen. Daar kun je niet op vertrouwen.
Stomen. Daar gaat de mijt niet van dood.
Handgel gebruiken. Alcohol werkt niet tegen de mijt. Water en zeep wel.
De jeuk is nog niet weg. Is het mislukt?
Waarschijnlijk niet.
Na de behandeling kan de jeuk nog twee tot zes weken duren, gemiddeld ongeveer vier. In de eerste dagen wordt hij soms zelfs even erger.
Dat komt doordat je afweer nog reageert op de resten van de mijten. Het betekent niet dat er nog levende beestjes zitten. Je huid moet ook nog herstellen van het krabben.
Een koelende of vette crème kan helpen tegen de jeuk. Vraag je apotheek wat je kunt gebruiken.
Ga wel terug naar de huisarts als:
er nieuwe gangetjes of nieuwe plekjes bijkomen;
mensen om je heen opnieuw gaan jeuken;
je huid gaat ontsteken: gele korstjes, warme rode plekken of pus.
Wanneer ben ik niet meer besmettelijk?
Als de eerste behandeling goed is uitgevoerd, ben je na ongeveer twaalf uur niet meer besmettelijk voor anderen.
Huid-op-huidcontact met anderen wacht je nog even af tot beide behandelingen achter de rug zijn. In je stappenplan staat vanaf welke dag dat weer mag.
Wat mensen vaak denken — en wat er klopt
Schurft krijg je van vies zijn.
Nee. Schurft komt in alle lagen van de bevolking voor. Het gaat om contact, niet om hygiëne.
Als ik geen gangetjes zie, is het geen schurft.
Nee. Gangetjes worden vaak kapotgekrabd. Ook bij jonge kinderen en ouderen zijn ze er vaak niet.
Eén keer smeren is genoeg als je het goed doet.
Nee. Er wordt altijd een tweede keer behandeld, een week later. Anders komen de eitjes alsnog uit, of blijkt er toch een plekje overgeslagen.
Ik heb nergens last van, dus ik hoef niet mee.
Nee. Je kunt de mijt al bij je dragen zonder jeuk. Daarom wordt iedereen in huis meebehandeld.
De jeuk blijft, dus het heeft niet gewerkt.
Meestal niet. Najeuk hoort erbij en duurt twee tot zes weken. Nieuwe plekjes zijn wél een reden om terug te gaan.
Mijn huisdier moet ook behandeld worden.
Nee. De menselijke mijt kan zich niet ingraven in een dierenvacht en overleeft daar hooguit drie dagen.
Het stappenplan
Tijdens de behandeling is er per dag iets te doen. Dat staat allemaal in het dag-voor-dag schema.
Je eigen huisarts of apotheek — voor vragen over jouw situatie
Deze uitleg is algemeen en vervangt geen advies van je eigen arts of apotheker. Staat er iets anders in je bijsluiter of in het stappenplan dat je hebt gekregen? Volg dan dat.
Stappenplan dag voor dag
Het volledige schema van dag 1 tot en met dag 14: wanneer je smeert of slikt, wat er in de was gaat, en wanneer je weer huid-op-huidcontact mag hebben. Je kunt de stappen afvinken terwijl je ze doet, en het schema uitprinten of meegeven.
Dag 1 t/m 14 · gemarkeerd = behandeldag (dag 1 en dag 8)
Word je behandeld met crème of met tabletten?
Kies wat je van je arts hebt gekregen. De feiten, de behandelgroep en de tips hieronder gelden voor allebei; de voorbereiding en het dagschema veranderen mee met je keuze.
Feiten op een rij
Schurft (scabiës) wordt veroorzaakt door de scabiësmijt. Buiten de menselijke huid overleeft de mijt 24 tot 36 uur; na 3 dagen is ze in het algemeen dood.
Je kunt besmet raken door:
langdurig of vaak huid-op-huidcontact met iemand die besmet is — als richtlijn ongeveer 15 minuten;
Scabiës is alleen te behandelen met medicijnen: crème, tabletten of een combinatie. Iedereen in het huishouden of de leefgemeenschap wordt tegelijk behandeld — op dezelfde dag en op hetzelfde tijdstip. Tot de behandeling is afgerond (2 stappen, 7 dagen ertussen, maximaal 10) is er geen huid-op-huidcontact met huisgenoten of met mensen daarbuiten.
Jeuk en huidafwijkingen nemen na de behandeling langzaam af. Deze najeuk duurt 2 tot 6 weken, gemiddeld ongeveer 4. De eerste weken kan de jeuk juist erger worden. Dat betekent niet dat de behandeling mislukt is.
Wie moet er behandeld worden?
Ook zonder klachten kun je besmet zijn en de mijt doorgeven.
Patiënten met klachten2 behandelingen
Huisgenoten en intieme partners zonder klachten2 behandelingen
Buiten de leefgemeenschap, ≥ 15 min huid-op-huidcontact — mét klachten2 behandelingen
Geen huidcontact met de scabiëspatiënt totdat jullie beiden volledig behandeld zijn.
Buiten de leefgemeenschap, ≥ 15 min huid-op-huidcontact — zonder klachten1 of 2 behandelingen
Geen huidcontact met de scabiëspatiënt totdat jullie beiden volledig behandeld zijn.
Tips vooraf
Voorbereiding — 3 dagen vóór de behandeling
Op tijd beginnen voorkomt chaos op de dag zelf.
In huis halen
Klaarleggen
Wegzetten
Dag voor dag
Smeerdagen zijn dag 1 en dag 8. De dagen ertussen zijn vooral was- en wachtdagen.
1SmeerdagDag 1 — het insmeren0/24 gedaan
Verzamel mogelijk besmette kleding en gebruiksvoorwerpen
Insmeren met crème
12 uurDe crème moet bij voorkeur 12 uur intrekken, minimaal 8. Douchen mag pas 12 uur na het insmeren. Staat er iets anders in de bijsluiter? Volg dan de bijsluiter.Klaar met insmeren om: ______
Tijdens het inwerken
Voorbereiding voor de nacht en de volgende dag
Huisdieren: je huisdier mag niet geaaid worden.
2Afwassen & wasdagDag 2 — na het inwerken van de crème0/14 gedaan
Huisdieren: je huisdier mag niet geaaid worden.
3
Dag 3
Vandaag hoef je niets te doen. Huisdieren: je huisdier mag niet geaaid worden.
4
Dag 4
De kleding en gebruiksvoorwerpen die niet gewassen konden worden en die je op dag 1 in een zak hebt gestopt, mogen eruit. Huisdieren: je huisdier mag weer geaaid en geknuffeld worden.
5
Dag 5
De kleding en gebruiksvoorwerpen die niet gewassen konden worden en die je op dag 2 in een zak hebt gestopt, mogen eruit.
6
Dag 6
Vandaag hoef je niets te doen.
7VoorbereidingDag 7 — klaarleggen voor de tweede behandeling0/2 gedaan
8SmeerdagDag 8 — de tweede behandeling0/23 gedaan
Dezelfde stappen als dag 1. Overslaan betekent opnieuw beginnen: wie zich na een week beter voelt en dag 8 laat schieten, geeft de tussentijds uitgekomen larven vrij spel.
Verzamel mogelijk besmette kleding en gebruiksvoorwerpen
Insmeren met crème
12 uurDe crème moet bij voorkeur 12 uur intrekken, minimaal 8. Douchen mag pas 12 uur na het insmeren. Staat er iets anders in de bijsluiter? Volg dan de bijsluiter.Klaar met insmeren om: ______
Tijdens het inwerken
Voorbereiding voor de nacht en de volgende dag
Huisdieren: je huisdier mag niet geaaid worden.
9Afwassen & wasdagDag 9 — na het inwerken van de crème0/14 gedaan
Huisdieren: je huisdier mag niet geaaid worden.
10
Dag 10
Vandaag hoef je niets te doen.
11
Dag 11
De kleding en gebruiksvoorwerpen die niet gewassen konden worden en die je op dag 8 in een zak hebt gestopt, mogen eruit. Huisdieren: je huisdier mag weer geaaid en geknuffeld worden.
12
Dag 12
De kleding en gebruiksvoorwerpen die niet gewassen konden worden en die je op dag 9 in een zak hebt gestopt, mogen eruit.
13
Dag 13
Vandaag hoef je niets te doen.
14
Dag 14 — klaar
Na dag 14 mag je weer huid-op-huidcontact hebben. Jeuk na de behandeling is normaal. De klachten nemen langzaam af: de najeuk duurt 2 tot 6 weken, gemiddeld ongeveer 4. De eerste weken kan de jeuk juist erger worden. Dat is een herstelreactie, geen teken dat de behandeling is mislukt. Twijfel je, of komen er nieuwe huidafwijkingen bij? Neem contact op met je huisarts.
Voorbereiding — 3 dagen vóór de behandeling
Op tijd beginnen voorkomt chaos op de dag zelf.
In huis halen
Klaarleggen
Wegzetten
Dag voor dag
Je neemt de tabletten in op dag 1 en dag 8. De dagen ertussen zijn was- en wachtdagen.
1InnamedagDag 1 — de behandeling0/14 gedaan
Verzamel mogelijk besmette kleding en gebruiksvoorwerpen
InnameSlik het voorgeschreven aantal tabletten. De dosis hangt af van je gewicht.Ingenomen om: ______
Voorbereiding voor de nacht en de volgende dag
Huisdieren: je huisdier mag niet geaaid worden.
2WasdagDag 20/9 gedaan
Huisdieren: je huisdier mag niet geaaid worden.
3
Dag 3
Vandaag hoef je niets te doen. Huisdieren: je huisdier mag niet geaaid worden.
4
Dag 4
De kleding en gebruiksvoorwerpen die niet gewassen konden worden en die je op dag 1 in een zak hebt gestopt, mogen eruit. Huisdieren: je huisdier mag weer geaaid en geknuffeld worden.
5
Dag 5
De kleding en gebruiksvoorwerpen die niet gewassen konden worden en die je op dag 2 in een zak hebt gestopt, mogen eruit.
6
Dag 6
Vandaag hoef je niets te doen.
7VoorbereidingDag 7 — klaarleggen voor de tweede behandeling0/2 gedaan
8InnamedagDag 8 — de tweede behandeling0/14 gedaan
Dezelfde stappen als dag 1. Overslaan betekent opnieuw beginnen: de tabletten doden de mijt maar niet de eitjes, dus deze tweede ronde pakt de larven die tussentijds zijn uitgekomen.
Verzamel mogelijk besmette kleding en gebruiksvoorwerpen
InnameSlik het voorgeschreven aantal tabletten. De dosis hangt af van je gewicht.Ingenomen om: ______
Voorbereiding voor de nacht en de volgende dag
Huisdieren: je huisdier mag niet geaaid worden.
9WasdagDag 90/9 gedaan
Huisdieren: je huisdier mag niet geaaid worden.
10
Dag 10
Vandaag hoef je niets te doen.
11
Dag 11
De kleding en gebruiksvoorwerpen die niet gewassen konden worden en die je op dag 8 in een zak hebt gestopt, mogen eruit. Huisdieren: je huisdier mag weer geaaid en geknuffeld worden.
12
Dag 12
De kleding en gebruiksvoorwerpen die niet gewassen konden worden en die je op dag 9 in een zak hebt gestopt, mogen eruit.
13
Dag 13
Vandaag hoef je niets te doen.
14
Dag 14 — klaar
Na dag 14 mag je weer huid-op-huidcontact hebben. Jeuk na de behandeling is normaal. De klachten nemen langzaam af: de najeuk duurt 2 tot 6 weken, gemiddeld ongeveer 4. De eerste weken kan de jeuk juist erger worden. Dat is een herstelreactie, geen teken dat de behandeling is mislukt. Twijfel je, of komen er nieuwe huidafwijkingen bij? Neem contact op met je huisarts.